Techniek


Nordic Walking begint en eindigt met een reeks rek- en strekoefeningen.

wandeltechniekDe juiste beweging begint met een actieve beeninzet, ondersteund door de stokinzet met gestrekte arm. Het bovenlichaam hangt licht naar voren, de schouders ontspannen zich. Als de linkervoet voorwaarts gaat, gaat de rechterhand voorwaarts en omgekeerd. Dit is een natuurlijke beweging. Handen en stokken blijven dicht bij het lichaam. Aan het eind van de afzetbeweging, bij het naar voren halen van de hand, de stok loslaten (!) en pas vooraan weer vastpakken.

Regelbaar tempo

Nordic Walking kent drie niveau's. Voor ieder niveau is er een bijbehorende techniek.

Bent u erg sportief dan past de topsport- of hardlooptechniek goed bij u. Dit is een techniek voor de hele fitte sporters waarbij u moet denken aan conditie training in sterk geaccidenteerd terrein. Hierbij zijn tempo en kracht een belangrijke factor. Binnen deze techniek wordt de sport een uitdaging waarin de fysieke grenzen verlegd gaan worden.

Bent u gezond en wil u wat meer aan uw algehele conditie werken dan is de sport- of fitness techniek uitermate geschikt. Deze techniek is voor de vaardige wandelaar. Het gaat sneller, de pas is iets groter en de armbeweging neemt een veel actievere plaats in. Hierdoor gaan ademhaling en hartslag verder omhoog. Het is een volledige "body workout" waarbij het Nordic Walking centraal staat. Bij een goed uitgevoerde techniek zult u alle voordelen van deze trainingen aan den lijve ondervinden. De hartslag is gemiddeld 5-17 slagen hoger en het energiegebruik kan tot 46% toenemen. Deze gegevens maken dat het uithoudingsvermogen, al direct vanaf de eerste training, optimaal getraind wordt. Binnen deze techniek zullen zowel de conditie als vetverbranding behoorlijk toenemen.

Voor die mensen die recreatief aan de slag willen of een lichamelijke beperking hebben of aan het revalideren zijn, is er de gezondheids- of basistechniek.

Enkele veel voorkomende beginnersfouten:

  • Telgang (pasgang). Arm en been van één kant van het lichaam worden tegelijkertijd naar voren gebracht
  • Kleine stappen.
  • Bovenlichaam naar voren gebogen.
  • Handen houden de handgrepen verkrampt vast.
  • Stok wordt ingezet voor het lichaam.
  • Armbeweging gebeurt slechts vanuit het ellebooggewricht.
  • Armen te zeer gebogen.
  • Ontbrekende stuwing op de stokken achter de heupen.